Hoe kan een zorgaanbieder tijdens de COVID-19 crisis omgaan met de identificatieplicht, als het eerste contact digitaal dan wel telefonisch verloopt?

Hier gaat het om de situaties waarbij identificatie van de patiënt niet mogelijk is doordat de zorgaanbieder de patiënt en het identiteitsbewijs niet fysiek kan zien.

Een zorgaanbieder die via de telefoon of via een elektronisch weg zorg wil verlenen, kan onder voorwaarden zorg verlenen zonder dat de identiteit van de patiënt is vastgesteld met een identiteitsbewijs. Daarvoor gelden twee voorwaarden:

(1) De zorgaanbieder moet de identiteit controleren door naar bepaalde persoonsidentificerende gegevens te vragen. Dit betreft:

  • geslachtsnaam;
  • voornamen;
  • geboortedatum;
  • postcode van het woonadres;
  • huisnummer van het woonadres.

(2) De zorgaanbieder moet bij het verstrekken van persoonsgegevens aan andere zorgaanbieders, indicatieorganen of zorgverzekeraars vermelden dat geen identiteitscontrole heeft plaatsgevonden.

Het controleren van de hierboven genoemde gegevens is van belang om, ondanks de afwezigheid van het BSN, toch een zo groot mogelijke zekerheid te creëren dat de gegevens bij de juiste persoon horen. De patiënt moet zich later alsnog legitimeren.