Algemeen

Een medisch dossier in de zin van de WGBO is steeds een bestand persoonsgegevens in de zin van de AVG. Daarom zijn de bepalingen in de WGBO in het wetsvoorstel Aanpassingswet AVG aangepast aan de AVG. Dit wetsvoorstel ging eind april naar de Tweede Kamer. De aanpassingen op een rij:

  1. Vernietigingsrecht
    De hulpverlener moest binnen drie maanden (delen van) het medisch dossier vernietigen als de patiënt hierom vroeg. De nieuwe termijn wordt (artikel 12, lid 3 AVG): onverwijld en in ieder geval binnen een maand met een mogelijkheid tot verlenging met twee maanden (verlengingsmogelijkheid is er als dit nodig is omdat het om veel aanvragen gaat of om ingewikkelde verzoeken).
  2. Inzagerecht
    De patiënt heeft er nu recht op om zijn dossier zo spoedig mogelijk in te zien. Ook deze termijn wordt aangepast aan de AVG. De nieuwe termijn wordt: onverwijld en in ieder geval binnen een maand met een mogelijkheid tot verlenging met twee maanden (verlengingsmogelijkheid is er als dit nodig is omdat het om veel aanvragen gaat of om complexe verzoeken).
  3. Kosten voor een afschrift van het medisch dossier
    De hulpverlener mag nu voor een afschrift een redelijke vergoeding in rekening brengen. In de AVG is geregeld dat de betrokkene het recht heeft om kosteloos een kopie te krijgen van de persoonsgegevens (artikel 12, lid 5 AVG). Voor bijkomende kopieën (een tweede kopie) kan wel een redelijke vergoeding worden gevraagd (artikel 15, lid 3). Dat geldt nu ook voor een afschrift van een medisch dossier.

Verder blijft de WGBO ongewijzigd

De WGBO geeft aanvullingen ten opzichte van de AVG, maar die zijn ook allemaal mogelijk. Zo zal de hulpverlener bij een verzoek tot inzage (artikel 7:456 BW) in het medisch dossier een kopie kunnen verstrekken van (delen van) het medisch dossier, voor zover de persoonlijke levenssfeer van een ander daardoor niet wordt geschaad. Een afweging is ook aan de orde bij een verzoek tot het verwijderen van gegevens uit het dossier (artikel 7:455 BW). Een verzoek tot vernietiging wordt ingewilligd voor zover de bewaring niet van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de patiënt, en voor zover het bepaalde bij of krachtens de wet zich niet tegen vernietiging verzet.